Van Uhm schetst ontwikkeling 4 jaar Uruzgan

Aan de vooravond van de overdracht van de missie aan de Amerikanen en Australiërs bestempelt generaal Peter van Uhm de 4 jaar van Task Force Uruzgan als `een unieke ervaring in onze recente vaderlandse geschiedenis‘. Tijdens de laatste briefing over de situatie in Uruzgan onder Nederlands commando blikte de Commandant der Strijdkrachten terug op de betekenis van de Nederlandse missie voor de veiligheid van de Afghaanse provincie. Vertegenwoordigers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking lichtten de politieke en economische ontwikkelingen toe. Een marinier van een OMLT overlegt met een ANA-commandant tijdens een gezamenlijke patrouille in Def Reshan.

Van Uhm: “Het was een complexe, zware en uitdagende missie waarbij vrijwel alle elementen van de krijgsmacht betrokken waren. Nu dragen we de taken over en zien dat de ontwikkelingen hun effect hebben gehad.” De CDS illustreerde de positieve ontwikkelingen aan de hand van kaarten waarop de toenemende invloed van de Nederlanders en hun Afghaanse partners zichtbaar was.

Inktvlek
De nieuwe, geasfalteerde weg van Chora naar Tarin Kowt.
De Nederlandse strategie was gebaseerd op de zogenoemde inktvlekstrategie, waarbij veiligheid en invloed vanuit veilige gebieden, inktvlekken, langzaam werden uitgebreid. Te zien was dat plaatsen als Tarin Kowt, Deh Rawod en Chora, waar zo’n 70 procent van de bevolking woont, zijn gegroeid. Van Uhm: “Dat heeft een nauwe relatie met de verbeterde veiligheid en vertrouwen in de toekomst. Een groot deel van de bevolking heeft beter toegang gekregen tot gezondheidszorg en onderwijs en er ontstond meer verkeer en economische activiteit in Tarin Kowt en Deh Rawod.”

Hevige strijd
Het investeren in kennis over de complexe Afghaanse tribale structuren heeft zich ruimschoots terugbetaald.
Het creëren van voldoende veiligheid was niet eenvoudig. De Nederlandse militairen hebben in de beginfase hevig gevochten. Er zijn 24 Nederlandse militairen gesneuveld en zo’n 140 gewond geraakt. En in een aantal gevallen waren er burgerslachtoffers te betreuren. “Maar de echte strijd was die om de gunst van de bevolking“, vertelde Van Uhm. Laatstgenoemde strijd werd uitgevochten met en respect- en tactvol optreden en kennis van de complexe tribale structuren. Dit optreden heeft zich ruimschoots terugbetaald, aangezien Uruzgan in vergelijking met ander provincies relatief rustig is geworden.

In het begin waren Nederland en de coalitiepartners nog verantwoordelijk voor de veiligheid en stabiliteit. Er was nog geen Afghaans leger of politie. De 3000 militairen die de voornamelijk Nederlandse Operational Mentor and Liaison Teams inmiddels hebben getraind, zijn nu in staat zelfstandig operaties uit te voeren en hebben recent hun eerste eigen patrouillepost overgenomen.

IED’s ontdekt
Op patrouille met een metaaldetector
Van Uhm stond wat langer stil bij het toenemende gebruik van het geïmproviseerde explosief (IED). Van Uhm: “Dit wapen is tot het einde toe onze grootste dreiging gebleken en heeft helaas slachtoffers geëist aan onze zijde, onder de coalitiepartners en de Afghaanse veiligheidstroepen en bevolking. In de bestrijding van IED’s hebben we wel enorme stappen vooruit gemaakt.” Het gaat om technische en materiële ontwikkelingen, maar ook om inlichtingen en opsporingsmethoden. “Hierdoor zijn we in 2010 7 keer beter in staat geweest om IED-opslagplaatsen te ontdekken. De bevolking en de Afghaanse politie helpen ons daarbij, en dat is het meest positieve van alles.”

Blijvende steun
Binnen het door Nederland toegepaste 3D-concept is `Defenceeen randvoorwaarde voor de D’s van Diplomacy en Development. Namens Buitenlandse Zaken, lichtten plaatsvervangend directeur-generaal Politieke Zaken Robert de Groot en Koen Davidse, directeur Eenheid Fragiliteit en Vredesopbouw, de ontwikkelingen op deze gebieden toe. Laatstgenoemde besloot: “We geven het stokje op 1 augustus over, maar we blijven de lokale overheid steunen via hulpprogramma’s op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en landbouw, zodat zij op termijn in staat zijn hun bevolking de basisdiensten te verlenen die van een overheid verwacht mogen worden.”

BizPress.nl