Raad van State in uitspraak: windpark N33 mag er komen


Het windmolenpark N33 in de omgeving van Veendam in Groningen kan er komen. In een ruim 200 pagina’s tellende uitspraak van vandaag (29 mei 2019) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de bezwaren tegen het windmolenpark ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft alle stukken en onderzoeken bestudeerd en concludeert dat de plannen voor het windpark voldoen aan de eisen die de wet daaraan stelt. Dat betekent dat het windpark met 35 windturbines er kan komen.

Er is veel weerstand tegen het windpark. In totaal hebben 20 bezwaarmakers beroep ingesteld tegen het inpassingsplan van de toenmalige ministers van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu en de daarbij behorende besluiten die het windpark mogelijk maken. Daaronder zijn omwonenden, maar ook organisaties als Platform Tegenwind N33 en de Stichting Landschap Oldambt. Zij vinden dat het windpark het landschap aantast en overlast zal veroorzaken in de omgeving.

Steun in de omgeving

Volgens de bezwaarmakers is er geen draagvlak voor het windpark. Zij vinden dat de overheid meer moeite had moeten doen om dat draagvlak te krijgen, onder meer door beter te communiceren over de plannen voor het windpark. Maar in de uitspraak legt de Afdeling bestuursrechtspraak uit dat het ontbreken van draagvlak niet betekent dat het windpark er daarom niet mag komen. Er is geen wet die bepaalt dat een besluit pas mag worden genomen als daarvoor voldoende draagvlak bestaat. De overheid moet “een afweging maken tussen het nationale belang van een duurzame energievoorziening en de belangen van de omwonenden”. Dat er op lokaal niveau onvoldoende draagvlak is, wil niet zeggen dat dat belang voorrang moet krijgen boven het nationale belang van verduurzaming van de energievoorziening.

De (on)mogelijkheden van de bestuursrechter

In Nederland besluit de overheid over nieuwe ontwikkelingen, zoals het windmolenpark N33. De overheid wordt bij verkiezingen ook gekozen om dat soort besluiten te nemen. Die besluiten kunnen vervolgens worden voorgelegd aan de bestuursrechter – in dit geval aan de Afdeling bestuursrechtspraak. De bestuursrechter kan niet zijn eigen oordeel over de wenselijkheid van het windpark in de plaats zetten van de afweging die de overheid maakt, maar kan alleen beoordelen of een overheidsbesluit voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt. Daarbij kun je in dit geval bijvoorbeeld denken aan de maximale normen voor geluidhinder of slagschaduw. In de uitspraak van vandaag komt de Afdeling bestuursrechtspraak na bestudering van alle stukken en onderzoeken tot de conclusie dat de besluiten voor het windpark aan die eisen voldoen. De besluiten over het windpark zijn daarom rechtmatig en blijven in stand.

Sfeerwoningen

Het beroep van de bezwaarmakers slaagt waar het gaat om de woningen die als ‘sfeerwoningen’ bij het windpark zijn aangemerkt. Omdat die woningen als sfeerwoning waren aangemerkt, waren die woningen niet beschermd tegen geluid en slagschaduw. De bezwaarmakers hadden daartegen bezwaar, en ook de ministers wilden die sfeerwoningen bij nader inzien niet handhaven in het inpassingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het inpassingsplan voor die woningen daarom vernietigd, maar laat het inpassingsplan verder in stand.

BizPress.nl