Oxfam Novib: 20 miljoen mensen wereldwijd ontheemd door klimaatrampen


20 miljoen mensen wereldwijd ontheemd door klimaatrampen

 Den Haag, 2 december. Meer dan 20 miljoen mensen worden jaarlijks gedwongen hun huizen te verlaten door klimaatverandering veroorzaakte rampen, zo stelt Oxfam Novib in haar nieuwe klimaatrapport vandaag. In Madrid start vandaag de internationale VN-klimaattop, die 2 weken duurt.

Het nieuwe rapport ‘Forced from Home’ maakt duidelijk dat mensen zeven keer meer kans hebben om ontheemd te raken door extreem weer, zoals cyclonen, overstromingen en bosbranden, dan door aardbevingen of vulkaanuitbarstingen. Door extreem weer hebben mensen drie keer meer kans gedwongen te worden hun huis te moeten verlaten dan door geweld. Oxfam Novib’s analyse toont aan dat mensen in ontwikkelingslanden, die de minste verantwoordelijkheid dragen voor de uitstoot van broeikasgassen, het meeste risico lopen.

De ongelijke gevolgen van klimaatverandering zijn overal ter wereld zichtbaar. Mensen in landen met lage inkomens zoals India, Nigeria en Bolivia lopen meer dan vier keer zoveel kans om ontheemd te raken door extreem weer dan mensen in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Ongeveer 80 procent van alle ontheemden die de afgelopen tien jaar hun huis moesten verlaten, woont in Azië – waar 60 procent van de wereldbevolking woont. Meer dan een derde van de mensen die wereldwijd in extreme armoede leven, woont in Azië.

Bertram Zagema, Oxfam Novib klimaatexpert en aanwezig op de Klimaattop: “Westerse regeringen voeden de klimaatcrisis door slap beleid te voeren. Klimaatverandering drijft miljoenen vrouwen, mannen en kinderen uit hun huizen en laat de armste mensen in de armste landen de zwaarste prijs betalen.”

“Rijke donorlanden laten arme landen grotendeels zelf opdraaien voor de stijgende kosten veroorzaakt door extreme weersrampen. Uit onze nieuwe analyse wordt duidelijk dat de economische verliezen door extreem weer in het afgelopen decennium gemiddeld gelijk waren aan twee procent van het nationale inkomen van landen. Dat percentage is veel hoger voor veel ontwikkelingslanden – oplopend tot 20 procent voor kleine eilandstaten “aldus Zagema.

“Regeringen kunnen en moeten op deze top echt het verschil maken. Zij moeten zich inzetten voor snellere en grotere emissiereducties. In het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat rijke landen jaarlijks 100 miljard dollar bijdragen aan klimaatsteun voor ontwikkelingslanden. Het is cruciaal dat Nederland haar bijdrage levert. Nederland levert klimaatsteun, maar dit bestaat voor bijna de helft uit private investeringen. ‘

De Algemene Rekenkamer heeft bepaald dat Nederlands fair share neerkomt op €1,25 miljard per jaar vanaf 2020. Maar Nederland betaalt haar fair share niet en rekent bovendien op oneerlijke wijze private investeringen mee. Van de €1,1 miljard die Nederland voor 2020 opvoert aan klimaat-financiering, gaat het voor €550 miljoen om private investeringen in vooral zonnepanelen en windenergie. Aantrekkelijk voor bedrijven en mensen hier, maar de allerarmsten in ontwikkelingslanden hebben hier niets aan. Zij hebben financiering nodig voor dijken, stevigere huizen en droogtebestendige gewassen. Zelfs met deze oneerlijke toerekening, komt Nederland nog €130 miljoen tekort.

‘Als rijk industrieland heeft Nederland een historische verantwoordelijkheid voor klimaatverandering. Nederland draagt nu niets bij aan de compensatie van verlies en schade door toedoen van klimaatverandering. Dat moet veranderen. Naast de ‘gewone’ klimaatsteun aan ontwikkelingslanden moet Nederland budget reserveren voor compensatie van verlies en schade. Zolang Nederland dit niet doet, blijven de kosten bij armere landen liggen, ‘ zo stelt Zagema.

BizPress.nl