Onderzoekers missen tijd voor kennisoverdracht


Aan universiteiten en andere onderzoeksinstellingen is overwerk eerder regel dan uitzondering. Onderzoekers werken structureel een kwart van hun tijd over. Dit blijkt uit een enquête van het Rathenau Instituut onder 2.613 onderzoekers aan ruim honderd kennisinstituten. Aan hogescholen besteden onderzoekers bijna de helft meer tijd dan is afgesproken aan management- en organisatietaken; bij de andere instellingen varieert dit van 29 tot 38%. Desondanks missen ze tijd voor kennisoverdracht, ook wel valorisatie genoemd.

Onderzoekers zeggen dat ze aan onderzoek de meeste tijd besteden. Daarnaast hebben ze andere taken, zoals onderwijs, management en kennisoverdracht naar derden. Aan universiteiten besteden ze gemiddeld 28% van hun tijd aan onderwijs. In universitaire medische centra, waar de helft van de voltijds onderzoekers meer dan 12 uur per week overwerkt, besteden ze 11% van hun tijd aan patiëntenzorg. Veel minder tijd besteden onderzoekers aan kennisoverdracht. Daarbij wordt kennis benut voor onder meer innovatie en het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Bijna de helft van alle onderzoekers besteedt er geen tijd aan. Universitaire onderzoekers besteden gemiddeld 4% van hun tijd aan kennisoverdracht, aan hogescholen en bij publieke kennisorganisaties, zoals RIVM en KNMI, is dat 8%.

Dat betekent niet dat ze kennisoverdracht niet belangrijk vinden. In de enquête is gevraagd naar de drijfveren van onderzoekers. Bij de hogescholen laat 92% zich door vragen van bedrijven en instellingen inspireren en is 93% het eens met de stelling ‘ik vind het belangrijk dat mijn kennis veel gebruikt wordt bij bedrijven of maatschappelijke instellingen’. Bij publieke kennisorganisaties is dat 81%, bij de universiteiten en instituten van NWO en KNAW is dat 60%. Toch wordt kennisoverdracht vaker gezien als doel van de instelling waar onderzoekers werken (62%), dan als eigen doel (27%).

Melanie Peters, directeur van het Rathenau Instituut: “Er zit spanning tussen gewenste en feitelijke tijdsbesteding. En tussen hun doelstellingen over kennisoverdracht en die van hun organisatie. Onderzoekers erkennen de maatschappelijke vraag om kennis te benutten, maar om dat te kunnen doen, is binnen de kennisinstellingen gezamenlijke actie nodig.”

BizPress.nl