Goede doelen financieren met leningen van beleggers

Bart Hartman, directeur van NOTS die naam heeft gemaakt met allerlei vernieuwende initiatieven in de wereld van goede doelen, ziet de uitgifte van obligaties door zijn eigen NOTS Foundation als illustratie van een nieuwe trend. Traditioneel financieren goede doelen organisaties hun activiteiten met overheidssubsidies en met donaties van burgers en bedrijven. Geld lenen van het grote publiek (door middel van de uitgifte van obligaties) is relatief nieuw. 

Financiering met kapitaal van beleggers is mogelijk voor goede doelen activiteiten die voldoende inkomsten genereren om de kosten, inclusief kapitaalskosten, te dekken. Microkredieten zijn een bekend voorbeeld van zo’n activiteit. Maar ook met de productie en verkoop van PV-LED-lampen in ontwikkelingslanden kunnen voldoende inkomsten gegenereerd worden om de kosten te dekken. 

‘Steeds meer goede doelen organisaties zullen volgen omdat financiering met kapitaal van beleggers belangrijke voordelen heeft ten opzichte van financiering met subsidies en donaties’, aldus Hartman. Op de eerste plaats is de hoeveelheid beleggingskapitaal in de wereld vele malen groter dan de hoeveelheid subsidie- en donatiegelden. Op de tweede plaats stellen beleggers zich veel kritischer op dan donateurs. Beleggers willen er immers van overtuigd worden dat ze hun geld, inclusief rendement, terugontvangen. Deze kritische houding komt de effectiviteit en efficiëntie van de activiteiten van de goede doelen organisatie ten goede. Ook voor het ministerie van Buitenlandse Zaken is deze vorm van ontwikkelings-samenwerking belangrijk omdat dankzij publiek ontwikkelingsgeld privaat geld kan worden gekatalyseerd voor ontwikkelingsdoelen en op deze manier ook nieuwe partijen bij ontwikkelingssamenwerking worden betrokken.

Ondanks genoemde voordelen is het niet zo eenvoudig voor goede doelen organisaties om kapitaal van beleggers aan te trekken. Het feit dat de risico’s van de meeste goede doelen activiteiten vooralsnog lastig zijn in te schatten, is de belangrijkste reden dat de financiering met kapitaal van beleggers nog in de kinderschoenen staat. Om de kapitaalstroom richting goede doelen goed op gang te krijgen, is een duwtje nodig van de overheid of van publiek-private organisaties, zoals FMO (waarvan de overheid voor 51% aandeelhouder is). De overheid kan de noodzakelijke katalyserende rol vervullen door een deel van het risico voor haar rekening te nemen. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door het verstrekken van achtergesteld vermogen. In het geval van de NOTS Foundation verstrekt FMO voor iedere euro die NOTS ophaalt met de uitgifte van obligaties EUR 0,43 achtergesteld vermogen aan NOTS met een maximum van 12 miljoen euro. Op deze wijze worden de NOTS obligaties aantrekkelijk voor particuliere beleggers. Van de 12 miljoen euro verstrekt FMO 7 miljoen euro uit eigen middelen en 5 miljoen euro uit het MASSIF fonds dat FMO beheert namens het ministerie van Buitenlandse Zaken (Ontwikkelingssamenwerking).

Voor organisaties als FMO is het verstrekken van achtergesteld kapitaal of garanties aantrekkelijker dan het verstrekken van subsidies. In het geval van NOTS leidt een investering van FMO van 12 miljoen euro tot een investering in ontwikkelingslanden van 40 miljoen euro. Van een dergelijk ‘mulitiplier-effect’ is bij subsidies geen sprake. Bovendien is in het geval van een investering de kans aanzienlijk dat het geld terugkomt en opnieuw geïnvesteerd kan worden. Bij subsidies is het zeker dat het geld niet terugkomt. Kortom, voor zowel goede doelen organisaties als de overheid is het financieren van goede doelen activiteiten, die voldoende inkomsten genereren om de kosten te dekken, met kapitaal van beleggers zeer aantrekkelijk.

BizPress.nl